donderdag 23 juni 2011

Ballen zonder pegels - Deel 8

De rechercheur stapte de taxi in en beval de chauffeur om gewoon een stuk te gaan rijden. Maakte niet uit waarheen. Toen dacht hij na over de woorden van zijn informant. Hij had helemaal geen vrouw. Alleen een scharrel die hij eens per maand zag. Een mooie vrouw, maar niet geschikt voor een relatie. Bovendien stond Eddy’s hoofd daar ook niet naar sinds hij bij de lange arm der wet zat. Zijn hoofd duizelde sindsdien, omdat hij op deze zaak zat. Waar steeds een ander slachtoffer bijkwam.
‘Chauffeur,’ zei hij opeens, ‘breng me naar Oostplein.’
De chauffeur knikte.
Eddy liep wel vaker over de Oostzeedijk. Het hielp hem nadenken. Nu hij nieuwe stof tot nadenken had, was hij daar ook wel aan toe. Op het bureau maakten zijn collega’s hem belachelijk. Kijk, wezen ze zijn kant dan op, daar loopt detective ‘Never Ending Story’. Iedereen lachte hard, dus had hij al een tijdje geleden geroepen dat hij tot de oplossing niet meer op het bureau zou komen. De respons was wederom gelach.

Eddy Nigma stapte op een leeg Oostplein uit en betaalde de chauffeur. Aan de overkant, bij het gemaal zag hij een vrouw roken. Zo van een afstandje meende hij dat het de vrouw was die naar hem had gelachen voordat ze een taxi instapte op de Witte de Witthstraat. Misschien moest hij haar aanspreken, dacht Eddy. Hij pakte een Chesterfield uit zijn pakje. Daar bleek ook zijn aansteker in te zitten.
‘Ik word verstrooid,’ fluisterde Eddy tegen zichzelf.
Aan de overkant had de vrouw hem nu ook gezien. Ze zwaaide, maar een beetje terughoudend. Alsof ze niet zeker was of ze naar bekende zwaaide.
Eddy zwaaide terug, waarop de vrouw rustig zijn kant op begon te lopen. De rechercheur deed hetzelfde. Halverwege ontmoetten de twee elkaar. Zij droeg een trainingspak en een donkerpaars brilletje. Haar bruine haar zat in een paardenstaart. Dit is niet dezelfde vrouw, dacht Eddy.
‘Oh,’ zei de vrouw, ‘maar ik ken jou eigenlijk niet.’
‘Ik dacht precies hetzelfde,’ zei Eddy Nigma.
De vrouw stak haar hand uit.
‘Helena,’ zei ze.
‘Aangenaam,’ zei Eddy Nigma.
Even was Helena verward.
‘Heb je zelf nog een naam, vreemdeling?’
De rechercheur schoot in de lach.
‘Sorry,’ zei hij tenslotte, ‘veel aan mijn hoofd. Eddy, aangenaam.’
Helena nam een diepe hijs van haar sigaret. Toen gooide ze hem op de grond en drukte hem met haar schoen uit.
‘Wat brengt jou hier,’ vroeg de rechercheur aan de niet onknappe vrouw tegenover hem, ‘als ik vragen mag.’
‘Dat mag,’ zei Helena, ‘ik kon niet slapen.’
Eddy Nigma knikte en piekte zijn sigaret weg.
‘Zullen we een stukje lopen,’ vroeg de rechercheur verlegen, ‘de Oostzeedijk over?’
‘Geef me een reden om dat te doen,’ zei Helena.
Ze bekeek hem eens van top tot teen.
‘Je bent toch geen verkrachter, hè?’
Eddy Nigma liet zijn politiepasje zien.
‘Niet bepaald.’
‘Nou,’ zei Helena terwijl ze het pasje teruggaf, ‘dan kan mij in ieder geval niets meer overkomen.’
‘Zullen we dan maar? Ik kom meestal tot rust als ik over de Oostzeedijk loop.’
‘Wie weet helpt het bij mij ook,’ flirtte Helena en gaf hem een arm.

Wordt vervolgd...

M.S.

Vorig deel gemist? Klik hier. Volgend deel lezen? Klik dan hier.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten