Posts tonen met het label café. Alle posts tonen
Posts tonen met het label café. Alle posts tonen

dinsdag 11 december 2012

Rubberboot

Op zaterdag 8 december 2012 presenteerde Marco Martens zijn verhalenbundel 'Rubberboot' (hier te bestellen) in een voor twee derde gevuld met Eindhovenaren Café Hemingway. Het maakte het er niet minder op. En dat terwijl de eerste recensie al binnen was, na een voorverkoop tijdens de PoetsClub Rotterdam op 5 december jl. De dichter Martin Aart de Jong schreef een dag later enkele lovende woorden voor het slechts 48 pagina's tellende boekje. Ook zagen we al een heuse book trailer voorbijkomen:


Jeroen Naaktgeboren praatte alles aan elkaar. De dichters vooral. Kobus Carbon, Gino van Weenen, Stijn van Kruijsdijk, Von Solo en ik. Jeroen opende zelf ook met een twee gedichten. Later zou hij zeggen dat hij die avond voor het eerst voordroeg in Hemingway. Een primeur, want normaliter draait hij plaatjes of is organisator van de Poetry Slam Rotterdam. Over de dichters zou Marco Martens, ook wel bekend als Macronizm, over de dichters zeggen: 'Dat doe ik nooit meer, zulke goede dichters uitnodigen. Dan moet je zelf nog en is het beste al geweest.' Valse bescheidenheid, ik zeg het je. Later werd over zijn voordracht uit de verhalenbundel 'Rubberboot' gezegd: 'Ik zou de hele avond wel naar die man kunnen luisteren.' Zwijmelende blikken van blauwe ogen, en dat allemaal door een zachte 'G', die nog niet de stad uit geschopt is door de Rotterdamse tongval.

Er was ook muziek. Ene Che speelde Nederlandstalige liedjes. Geestig en vol overgave. Om heel eerlijk te zijn: mocht ik ooit nog eens iets uitbrengen, presenteer ik het ook in een café. Dat is wel zo sfeervol. Een goede avond, die me ook nog een warme knuffel opleverde alvorens de voetjes van de vloer te gooien door DJ Native (er was ook nog een saxofonist die samen met de DJ de soul en funk brachten die de avond compleet maakten. Er was ook een Jeroen Naaktgeboren die de mic pakte en freestylend meedeed.). Als laatste gedicht droeg ik een vooraf aan de bar geschreven ode voor Marco, ter gelegenheid van zijn bundelpresentatie. Dit is het volledige gedicht:

Dit is mijn eiland in de zon

Dit is mijn eiland
In de zon,
Waar ik voor de kust
In rubber ronddobber.

Dit is mijn kamp
In het zuiden,
Waar ik vanuit mijn tent
al het leven observeerde voor ik vertrok.

Dit is mijn land
In de zee,
Waar ik roei met riemen
Die voor de hand liggen
Maar niemand heeft.

Dit is mijn eiland
In de zon,
Waar ik aan trek om te vormen
Maar rubber is minder rekbaar
Dan ik dacht-
Maar mijn rubberboot vaart minder
Kilometers dan ik kan lopen
Door Rotterdam
Zonder te dobberen.

M.S.

vrijdag 13 juli 2012

Meisjes

Meisjes blijven
Altijd meisjes,
Als bolletjes ijs
Die nooit zullen smelten
Door de tijd.

Eenmaal verlost
Van vaderlijke ijscomannen
Is het zelfs voor
Moeder Natuur moeilijk
Om grip op meisjes
Te krijgen
Met overvloedig verwarrende
Gedachten en gevoelens
Binnen handbereik.

Meisjes blijven
Altijd meisjes,
Want ze lijken slechts
Te verouderen,
Op te groeien,
Met gillen, om aandacht
Roepen, woest verwijten,
Met spullen smijten,
Knipogend verleiden,
Met nagels in je rug snijdend,
In je oor om meer hijgend,
Pijn lijdend
Als ze eenmaal
Zonen en dochters krijgen.

Meisjes blijven
Altijd meisjes,
Door bolletjes ijs
Watertandend,
Op de bank met moeders
Of vriendinnen hangend,
Naar ‘nóg een kus’ verlangend
Als je de de deur uit
Of zomaar wegwandelt,
Van tijd tot tijd,
Als het even lastig wordt
Naar een knuffel smachtend,
Op het juiste moment
Een compliment verwachtend,
Het liefst voor altijd
Hand-in-handend,
Stiekem nog altijd verrast worden
Door spontaan
Kus-op-de-wangend
Handelen.

Eenmaal verlost
van moederinstincten
Is het zelfs voor
Vaderfiguren moeilijk
Om juist hun meisjes
Goed te prijzen
Als onbegrip de overmacht-
Inlevingsvermogen, goed bedoeld,
gehoor op afstandelijk bereik.

Maar meisjes blijven
Altijd meisjes,
Als bolletjes ijs
Die nooit zullen smelten
Met de tijd.

M.S.

donderdag 9 februari 2012

One night at Hemingway's

Wat een machtige avond weer. Rotterdam is weer goed geweest voor ondergetekende. Na eerst (na maanden te hebben gewacht) EINDELIJK de nieuwe Muppet-film te hebben gekeken, toch even onderweg naar de metro bij Hemingway binnengelopen. Op woensdagavonden schijnen er dus jazzjams te zijn. De klok slaat kwart over tien, dus het kan nog.

Binnen wordt ik aangestaard door een krullenbol, waarschijnlijk omdat ik mijn hooligan-jas aan had. Sorry schat, die is gewoon lekker warm. Eronder zit een vriendelijke schrijver maar misschien kom ik daar later wel op terug. Bier. Rook. Dag barman. Vanuit mijn ooghoek zit daar nog steeds krullenbol, schaamteloos aan de zijkant. Stiekem een beetje mooi zijn, maar ik heb het wel gezien. Zij klopt. De sfeer klopt. Mijn drankje klopt en het jazztrio maakt het compleet. Dit is een goede avond. En dan denk je opeens aan Sander Ritman.

Sander, de dichter over wie ik een gedicht schreef genaamd 'Hobbelen'. Hij vond het mooi en eer toen ik het in zijn aanwezigheid voordroeg bij de Jaarfinale van de Leidse Poëzieslag afgelopen november. Diezelfde dichter waartegen ik het moest opnemen tijdens mijn eerste slam in 2009. In de EXIT toen nog. Het is dezelfde Sander die ik in de eerder genoemde Poëzieslag in Leiden een gedicht hoorde voordragen over jazz. 'Jazz, jazz jazz'. Deelder had met plezier naar hem geluisterd, vermoed ik. Maar die Sander Ritman, dus.

Ik dacht aan hem toen ik mijn telefoon pakte - de eigenaar was verwikkeld in een potje schaak, oftewel: Alleen storen voor consumpties - en begon te tikken. Ik keek Hemingway rond. Stiekem naar de krullenbol en dacht wie er eerder een gedicht over haar zou schrijven: Sander of ik. Uiteraard bleek ik de winnaar, want Sander schitterde helaas in afwezigheid. Dus heb ik na drie pogingen in het geniep een foto van de krullenbol gemaakt. Net zo geniep als het schrijven van het gedicht over haar. Speciaal voor jou, Sander. Zodat je er toch een beetje bij was. Misschien kun je de inhaalslag nog maken met een gedicht achteraf.

Dan is het opeens even voor elven en besluit je toch je hooligan-jas weer aan te trekken. Muts op, handschoenen aan en gaan. Maar langzaam. Het jazztrio laat het einde van hun jam klinken. De laatste noten, je hand op de deurknop. Dan is het afgelopen. Door de deur die achter je is dichtgevallen hoor je een luid applaus. Ik loop de mij zo bekende route naar de metro. Met in mijn zak een foto en het volgende gedicht..

Jazz at Hemingway's

Als de jazz
Je om de oren streelt, steelt
De poëzie je gehoor met haar krullen
Om je hoofd gewonden-
Opgewonden onder
Donkere rookwolken.

Meeroken wil je-
Meelopen wil ik met je,
Zo de nacht in.

Als een pijpje
Achter je gezicht
Aan, terugverend
Als je te hard dreigt te gaan als
Mijn stem verloren gaat
Door de jazz die klinkt
De ruimte vullend.

Meelopen wil je-
Meekijken wil ik met je,
Zo met die glans je ogen in.

Als een wimper
Die je ogen dicht,
Zacht zingend
Als ze vallen met het donker als
De slaap je vat
Door de drank die drinkt
Jou op afstand laat.

Meepraten wil je-
Meegaan wil ik met je,
Zo de muziek ziek zijn-
Muze ziek zijn, ziek zijn
Met jou van jou op jou
Door jouw muziek die
Mijn noten klankloos laat
Ondanks die
Jazz, ruimtekrullend
En gevuld met je poëzie.

M.S.

zondag 22 mei 2011

Dromer van de kust


Vanmiddag onderbrak ik een film over Josip Brodsky, genaamd Room and a half. Stil ging ik zitten, keek het einde van de film over de Rus. Erna zou ik als enige uitgenodigde dichter voordragen in het Katendrechtse letterencafé Tsjechov&Co, maar onder het genot van een espresso besloot ik eerst wat nieuws te schrijven. Ik had dit al een week in mijn hoofd. Dus begon ik, met de Geboorte van Venus van Botticelli in mijn hoofd, te schrijven:

Dromer van de kust

Langzaam,
Lezend
Vertonen de letters
Tekenen
Van een gezicht.

Alsof het papier
Wit zeeschuim is
Waarover ze fier
Mijn hoofd
Binnensurft,
Mijn verlangen
Naar haar aanblik
Als ‘zoete victorie’ turft.

Ze laat me niet los,
Staart
Ontwapenend lachend
Naar de nacht,
De nacht in,
Wachtend
Op mijn overgave.

Ze rolt me binnen als garenklos,
Dromend van een blauwe
Jurk,
Keurig langs
Haar lichaam gewaaid-
Ik zwaai haar om
Aandacht,
Ik zwaai mijn blues
Met een weggegeven
Hart,
Want ze laat me niet
Los.

Maar mijn hart vergeten
In het bos
Van mijn relatie,
Dat ik moet bewaken,
Behoeden voor vernietiging
Door nimfen
Van buitenaf.

Dan laat ze los,
Neemt genoegen
Met een compliment
Dat ze ontvoerd
Naar de Zuid-Franse,
Kust ondertussen
De brandende kameel
Tussen haar lippen.

Dan laat ik los.

M.S.