dinsdag 24 mei 2011

Nieuwe poging

Ik heb maar weer mijn schrijfgerei in gepakt. Nee, het zit nog steeds in mijn tas. Aangezien de maandag weer overleefd is, wordt het tijd om weer wat productiefs te gaan doen. Verder te gaan met het boek.

De schrijver die ik zondag tegen kwam in de Aap, had een boekje bij zich dat hij vol schreef met korte verhalen. Sigaar rokend. Vulpen. En een colbert, uiteraard. Nu ik daarover nadenk, voelt het als een subtiele hint om de proza ook weer eens op te pakken. Dus ga ik met hernieuwde energie beginnen, in de hoop een flink stuk verder te komen. Maar er komt van alles tussendoor. Leuk, maar zo komen we minder stappen verder. Focus.

M.S.

zondag 22 mei 2011

Dromer van de kust


Vanmiddag onderbrak ik een film over Josip Brodsky, genaamd Room and a half. Stil ging ik zitten, keek het einde van de film over de Rus. Erna zou ik als enige uitgenodigde dichter voordragen in het Katendrechtse letterencafé Tsjechov&Co, maar onder het genot van een espresso besloot ik eerst wat nieuws te schrijven. Ik had dit al een week in mijn hoofd. Dus begon ik, met de Geboorte van Venus van Botticelli in mijn hoofd, te schrijven:

Dromer van de kust

Langzaam,
Lezend
Vertonen de letters
Tekenen
Van een gezicht.

Alsof het papier
Wit zeeschuim is
Waarover ze fier
Mijn hoofd
Binnensurft,
Mijn verlangen
Naar haar aanblik
Als ‘zoete victorie’ turft.

Ze laat me niet los,
Staart
Ontwapenend lachend
Naar de nacht,
De nacht in,
Wachtend
Op mijn overgave.

Ze rolt me binnen als garenklos,
Dromend van een blauwe
Jurk,
Keurig langs
Haar lichaam gewaaid-
Ik zwaai haar om
Aandacht,
Ik zwaai mijn blues
Met een weggegeven
Hart,
Want ze laat me niet
Los.

Maar mijn hart vergeten
In het bos
Van mijn relatie,
Dat ik moet bewaken,
Behoeden voor vernietiging
Door nimfen
Van buitenaf.

Dan laat ze los,
Neemt genoegen
Met een compliment
Dat ze ontvoerd
Naar de Zuid-Franse,
Kust ondertussen
De brandende kameel
Tussen haar lippen.

Dan laat ik los.

M.S.

Jaargetijden

Gisteravond ben ik - bij toeval - naar Die Jahreszeiten geweest van het Opera O.T. Ook schrijvers en dichters willen geëntertaind worden, dus gisteravond vol spanning op naar de Kop van Zuid voor de opera. Helaas in het Nieuwe Luxor, want ik vind het theater aan de voet van de Erasmusbrug niet het meest charmante theater. Maar goed, dat is mijn mening en terzijde. Via via kreeg ik aangeboden om de generale repetitie te bekijken, aangezien de voorstelling pas op 23 mei begint te spelen. Een opera van Joseph Haydn. Dan verwacht je wel iets groters dan de openingsvoorstelling van de Operadagen Rotterdam.

'Ik had het eigenlijk wel wat grootser verwacht,' zei Michael Deng nog vrijdag na Dido & Aeneas, 'bombastischer.'
Niet dat het geen mooie voorstelling was. Achteraf gezien was het de juiste keuze om de kameropera van Purcell met een select gezelschap uit te voeren. Maar Die Jahreszeiten, dat is hele andere koek. Dat voldoet aan je stereotype voorstelling van een opera. Die kinderen en de fotograaf-die-doodleuk-foto's-gaat-maken-tijdens-de-opera-beter-bekend-als-de-vader achter me voldeden niet. Het was ook meer dan terecht dat één van de technici er wat van ging zeggen in de pauze. Idioot. Volkomen respectloos. Ik had hem niet meer toegelaten de tweede helft, maar goed. Dat is mijn mening.

Vlak voor de opera werd er verteld dat sommige zangers 'wellicht hun stem een beetje willen sparen en dus niet altijd op volle sterkte zingen'. Nou, ik geloof er niets van. De 37 musici van B'Rock in de orkestbak speelden naar behoren, en de solisten en het Vocalconsort Berlin bestaande uit 26 zangers blazen je ook weg alsof het een normale speelavond is. Vooral indrukwekkend was Tom Randle, die het bereik van zijn stem ten volle benutte. Soms staand, dan weer zittend of liggend. Een enkele keer liggend. En dan waren er ook nog de nodige duetten met sopraan Robin Johannsen. Groots, lekker bombastisch en soms ook zo klein.

Het geheel had een klein decor tegen een achttien meter lange mediawand, waarop de verandering van de seizoenen werd geprojecteerd. En elementen van de maatschappij zoals wij die nu kennen. Denk aan oorlogen met tanks en helikopters. Bosbranden. Aangevuld met wat stille rollen, zoals een militair op een motor, een fotografe en er wordt zelfs techniek geïntroduceerd in de vorm van een jukebox. Maar het mooiste - en ik hoop dat ik het dan goed begrepen heb - zijn twee dingen: het verhaal dat verteld wordt over een meisje dat door een edelman in de watten gelegd wordt, maar hem verlaat voor een ander lief in de bergen (ik denk de boer, gespeeld door Randle). Zij is dat meisje, en hij haar lief in de bergen. Het andere was - en wederom hoop ik dat ik het goed begrepen heb - is dat Haydn de vier seizoenen gebruikt als symbool voor het menselijk welzijn. In de lente en de zomer bloeit alles op, ook de mens. Iedereen lacht, de vogels fluiten en 'de wijn vloeit'. Maar dan, als de herfst komt? Dan raakt men in verval, komen de plagen (in de vorm van ratten, het natuurlijke). In de winter verandert de teruggedrongen mens in dieven, die ook weer een bedreiging vormen en de onschuld en de deugd bedreigd of zelfs verkracht.

En dat, zo haal ik uit Haydn's libretto, is nu net waar het om draait. Als er geen zorgen, problemen of bedreigingen zijn voor de mens klaagt niemand. Dan is men dankbaar maar ook opportunistisch over de goede tijden. Maar als het minder gaat, het buiten kouder wordt, is het zaak om de deugd te bewaren en te beschermen. Want de winter moet overleefd worden en dat kan alleen door bescherming te bieden aan de medemens, deugdelijk en verantwoordelijk handelen en bescheiden blijven. Eigenlijk alles wat we al wisten, maar tegen een moderne achtergrond van oorlog, vluchtelingenstromen en natuurrampen is Die Jahreszeiten een prachtige, bombastische doch bescheiden manier om daar aan herinnerd te worden.

M.S.

Afbeelding: O.T. Rotterdam