maandag 24 juli 2017

Huis van een rijzende zon

tussen muren
is het donker

buiten is het nogal een afstand
naar achtergelaten leed
een leven dat erom vroeg
verlaten te worden

door de kieren
van haar ramen

schijnt een zon
met wat geluk

in mijn ogen
ziet ze sterren
als ongemerkt de nacht
de straten bewandelt

in haar ogen
zie ik een zon

die traag maar zeker
rijst door lange wimpers heen

de irissen bevolkt
door het achtergelaten verleden
dat inmiddels compost geworden is
op de nieuwe aarde waar ze zaait

tussen muren
is het donker

buiten ziet niemand
de rust van binnen

in mijn ogen
ziet ze sterren
mooie, die ze zacht
een goedenacht wil kussen

éé voor één
tot ze allen slapen
zij boven hen uit kan stijgen
als een huis, als rijzende zon

tussen muren
zodra het donker is

M.S.

woensdag 17 mei 2017

Waterbus

de meeuwen
van de Maas
zijn een dobberend bewijs

in theorie
kan hier
prima gevist worden

tussen kades
van punt naar punt
wipwappen
op een drijfijzer

op een zonnige dag
bijna hemels

een enkel dok
om aan te leggen
biedt zelfs nog ruimte
voor innovatie

en dat de kraanvogels
en mobiele olifanten
en hefbomen nog geen
Rijksmonument zijn;
on-be-grij-pe-lijk

in hoger tempo dan een Spido
(wel zo’n veertig
kilometertjes per uur!)
zie ik de haven namelijk al
tot kunst worden

M.S.

Mooie meiden

Voor dichters
zijn er geen mooie meiden
tenzij gehuld in
maagdelijk wit
tussen de regels.

Verdoemd als
de woorden ze zullen
omsluiten, pas loslaten
als er een punt gevallen is.

Pas dan valt er
niets meer te zeggen,
zijn er geen woorden meer
om te doen alsof
de dichter die je ving
niet van je zal houden.

Dat maagdelijke is
(zoals elke dichter wel weet
waaronder ondergetekende)
maar schone schijn
om maar niet op te biechten
dat er een heel leven schuil gaat
onder bleke, strakke gezichten.

Bij mooie meiden
staat al op het lijf geschreven
dat ze bezongen moeten worden
en dus niet gevangen als
voorheen vrije vogels.

M.S.