de ruimte is slechts zo groot
als mijn hoofd
bevatten kan
ik dacht
aan een vierkant raam
in de muur
tegenover mij
licht
sluipt tussen tralies
naar binnen
een grote zwarte vogel
bezoekt me dagelijks
voor zover het tijdsbesef
nog aanwezig is
ik spreek er wat tegen
stilzwijgen
zegt genoeg
ik ken mijn celmaat
ik ben mijn celmaat
ik weet de afmetingen
ik heb het zelf ingericht
een grote zwarte vogel
bevestigt het dagelijks
als enige tijdsbesef
dat nog niet vergeten is
M.S.
maandag 6 juni 2016
donderdag 2 juni 2016
Over het omarmen van lente
ze zal fluisteren
tot je glimlacht
tot je voor haar adem staat
steeds een licht oog
gesloten
toch voel je haar blik
op de huid branden
zelfs al draagt ze wolken
weet dan
dat zij niet voor eeuwig zijn
dit seizoen
wil ze bij jou blijven
ook al dondert of huilt ze
soms door wispelturig temperament
geef je over
met de armen
langs het lichaam
ze wil alleen maar
warmte delen
tot ze loslaat en fluistert
‘ik moet weer gaan’
M.S.
tot je glimlacht
tot je voor haar adem staat
steeds een licht oog
gesloten
toch voel je haar blik
op de huid branden
zelfs al draagt ze wolken
weet dan
dat zij niet voor eeuwig zijn
dit seizoen
wil ze bij jou blijven
ook al dondert of huilt ze
soms door wispelturig temperament
geef je over
met de armen
langs het lichaam
ze wil alleen maar
warmte delen
tot ze loslaat en fluistert
‘ik moet weer gaan’
M.S.
maandag 23 mei 2016
Hellemond
als ik naar binnen kijk
is na een paar traptreden
al niets meer te zien
de verhalen zeiden al
dat de dood geen berg Olympus is
maar een zwart gat
van buiten de hellemond
gezien klopt dit aardig
plots ben ik niet meer
zo zeker van dat afdalen
als ik maar heelhuids
terugkom en als het even kan
met wat me lief is
liefde is zo blind als de nacht
toch vrees ik dat er een moment komt
dat ik de dood in de ogen ga kijken
ook al zou ik het niet eens doorhebben
in dat donker voel ik vast de rillingen nog
pas dan zullen we er achter komen
wat er over zal blijven van de liefde
M.S.
is na een paar traptreden
al niets meer te zien
de verhalen zeiden al
dat de dood geen berg Olympus is
maar een zwart gat
van buiten de hellemond
gezien klopt dit aardig
plots ben ik niet meer
zo zeker van dat afdalen
als ik maar heelhuids
terugkom en als het even kan
met wat me lief is
liefde is zo blind als de nacht
toch vrees ik dat er een moment komt
dat ik de dood in de ogen ga kijken
ook al zou ik het niet eens doorhebben
in dat donker voel ik vast de rillingen nog
pas dan zullen we er achter komen
wat er over zal blijven van de liefde
M.S.
Abonneren op:
Posts (Atom)
