[Vervolg]
‘Ja, León, vertel. Wie is die mysterieuze vrouw toch?’
Ik keek naar haar, waarop ze me wederom een samenzweerderige, alleszeggende knipoog gaf. León grinnikte geschrokken, maar herstelde snel en stapte wat dichterbij. Daarop zag ik zijn hand naar haar middel glijden, op de plaats waar haar taille het smalst was. Zij verroerde zich niet, en glimlachte gecharmeerd van deze move die ik in ieder geval niet had zien aankomen.
‘Dat is nu even niet van belang. Belangrijker is wie de mooie vrouw is die ons zo abrupt onderbreekt in ons gesprek. Ik ben León de Barreiro, dit is Miguel. Aangenaam.’
‘Sheena. Sheena de Wilde, ook aangenaam.’
Ze gleed even met haar tong over haar lippen, haar volle lippen, en beet zachtjes op haar onderlip.
‘Zeg eens, mevrouw De Wilde, is dat dezelfde voornaam als de heldin in de film ‘Sheena, Queen of the Jungle’ uit 1984? Of heb ik dat nu mis?’
Ze lachte.
‘Nee, dat zou goed kunnen. Erg origineel, meneer De Barreiro, de meeste mannen komen niet verder dan de tv-serie met voormalig Baywatch-ster Gena Lee Nolin. Ik ben onder de indruk.’
Ze legde haar hand op de borstkas van León, en klopte er bemoedigend op. Haar lichtgroene, glinsterende ogen zochten zijn donkerbruine kijkers. Ik bekeek haar snel zonder dat ze het merkte, van top tot teen. Een wespentaille, gehuld in een zwarte, strapless jurk. Daaronder een paar zwarte pumps, maar niet al te hoog. Wel hoog genoeg om haar kuiten in een V-vorm te persen. Het jurkje hield net boven de knieën op, en werd bijgestaan met een rood lint om haar middel. In haar linkerzij was het bevestigd in een bescheiden strik. Het donkerzwarte haar zat in een knotje achter op haar hoofd. Daaruit staken een aantal haren het geheel accentueerde haar schuine pony, die half over haar rechteroog viel.
‘Ach,’ begon León, terwijl Sheena haar rug kromde als een krolse kat en haar hoofd een stukje oprichtte waardoor haar slanke hals nog zichtbaarder werd.
‘Ik weet eigenlijk best veel van de jaren ’80. Maar dat is wel de enige vergelijking met de fictieve heldin, want zij is blond.’
‘Heel scherp, maar zoals jouw ogen wellicht hebben opgemerkt ben ik niet van nature donkerharig. In werkelijkheid is mijn echte haarkleur blond. Dat had je vast en zeker al bedacht. Of was je door iets afgeleid?’
Ze gaf León een knipoog, mij haar drankje om vast te houden en hijst haar jurkje precies aan de zijkant van haar borsten een stukje omhoog. León en ik aanschouwen het tafereel met nauwelijks verhulde wellust.
‘Maar als jij in werkelijkheid een blondine bent, betekent dit dat we nu een fantasie beleven?’
León verplaatste zijn hand van haar onderrug naar haar blote schouder.
‘Hmm,’ kreunt ze zachtjes en knijpt haar ogen een stukje dicht, ‘dat sluit ik niet uit, meneer De Barreiro.’
Langzaam, als in een romantische film, rekten hun hoofden zich naar elkaar uit en kijken zij onderweg vol verlangen naar elkaars mond.
‘Durf ik het wel aan om met je mee te fantaseren,’ fluisterde León nog, waarop Sheena haar schouders ophaalde.
‘Wie weet.’
Als een bliksemflits hing de spanning in de lucht, maar loste even snel op als dat ze verschenen was. De ‘fuego’ was gedoofd.
‘Liefje, daar ben je!’
Verschrikt keken we gedrieën om.
Het vriendje, de spelbreker.
[Wordt vervolgd]
maandag 26 juli 2010
'Fuego' [2]
[Vervolg]
Langzaam druppelden er meer mensen binnen, die als helden werden ontvangen door vrienden. León en ik hadden ons gepositioneerd aan de bar. Het bleek dat er een open bar was, dus hadden we besloten om de alcohol rijkelijk te laten vloeien. Ik keek naar León. Hij was gefocust, stond op scherp. De schittering in zijn ogen was zo scherp dat het wel kleine vonkjes leken. Vonkjes van iets dat heet was geworden, aangewakkerd werd. Op dat moment vermoedde ik nog niet dat het zijn ‘fuego’ was. León leek ook wel te stralen. Hij stond rechtop, keek bedenkelijk of mysterieus - ik kan de twee uitdrukkingen niet van elkaar onderscheiden – en glimlachte bescheiden. Het leek allemaal zo gladjes te verlopen. Twee Casanova’s, aan de bar, scherp gekleed zoals het hoort bij een enigszins chique benefietavond. De drank vloeide, de vrouwen waren mooi, frivool en lichtelijk aangeschoten. De overige mannen vertoonden haantjesgedrag om de vrouwen te imponeren, maar hadden te veel op en lalden onverstaanbaar. Ze werden aan de kant geschoven alsof ze niets voorstelden. Ze deden belangrijk, ze waren het niet. Zeker niet voor ons.
Terwijl ik mijn blik vastlegde op de band die zojuist begonnen was, liep er een brunette langs ons. León en ik keken allebei om, en bleven haar volgen. Alsof ze onze blikken kon voelen, keek ze over haar ontblote schouder – ze droeg een zwart strapless jurkje – naar ons of naar één van ons, glimlachte en gaf een knipoog. León begon als eerste te lachen. Toen ik hem kort in de ogen keek, leken zijn ogen te vlammen. Alsof ze wilden zeggen: ‘Hebbes!’ Het was dus blijkbaar niet voor mij bedoeld.
‘Kom,’ zei León, ‘laten we een stukje naar voren gaan om de band te zien.’
Ik knikte instemmend, benieuwd naar wat er zich nu zou gaan afspelen.
Hij liep naar voren, maar ging niet helemaal vooraan staan. León schaarde zich achter een kleine blondine, die een verwoede poging deed haar heupen op het ritme van de muziek te laten bewegen. Hetgeen compleet mislukte. Het scheen haar niets te doen. Ik stond achter hem, om zijn blik te kunnen volgen. Af en toe keek hij naar links. Als ik zijn blik volgde, rustte die op dezelfde brunette van daarnet. Zij gaf de man naast haar net een kus op de mond en keek toen plagend terug. Zou het haar vriend zijn, dacht ik nog. León dacht waarschijnlijk hetzelfde.
‘Hmm,’ liet hij zich geamuseerd ontvallen.
De blonde zangeres bedankte het publiek en kondigde het volgende nummer aan. Het bleek een oude klassieker te zijn in een nieuw jasje. Toch waren ze niet de eersten die het nummer spelen. Ik meen me een bekende naam te herinneren, maar de naam blijft op het puntje van mijn tong liggen. Het zal de zangeres een zorg zijn. Ze gaat onverstoorbaar door met het strelen van het gehoor met haar zwoele stem. Pas bij het refrein merkte ik pas hoe toepasselijk het nummer klonk, gezien de jagende blikken van León die hij steeds naar links bleef gooien. That’s the time, I feel like making love with you. Maar dan een mildere versie. Zijn hoofd deinsde instemmend op en neer, terwijl zijn ogen elke beweging van de brunette in zich op leken te slaan. Zijn mond krulde zich een flauwe, ietwat sinistere glimlach. Als of hij ervan overtuigd was dat het kat-in-het-bakkie was. Wanneer ik haar aankeek, glimlachte zij weer samenzweerderig terug.
‘Dit doet me denken aan een voetmassage,’ zei León.
‘Hoe bedoel je?’
Dat was wel het laatste waar ik aan dacht.
‘Pulp Fiction?’
Ik knikte, nog steeds niet begrijpend.
‘De openingsscène, over voetmassages. Op een gegeven moment legt Travolta uit, waarom een voetmassage spelen met vuur is. Jackson zegt op een gegeven moment: “Look, just because I wouldn't give no man a foot massage, don't make it right for Marsellus to throw Antwan off a building into a glass-motherfuckin-house, fuckin' up the way the nigger talks. That ain't right, man. Motherfucker do that to me, he better paralyze my ass, 'cause I'd kill'a motherfucker.” En dan komt Travolta met een meesterlijk punt.’
‘En dat is?’
‘Travolta zegt dan: “I'm not sayin' he was right, but you're sayin' a foot massage don't mean nothing, and I'm sayin' it does. I've given a million ladies a million foot massages and they all meant somethin'. We act like they don't, but they do. That's what's so fuckin' cool about 'em. This sensual thing's goin' on that nobody's talkin about, but you know it and she knows it, fuckin' Marsellus knew it, and Antwan shoulda known fuckin' better. That's his fuckin' wife, man. He ain't gonna have a sense of humor about that shit.” Met andere woorden: zelfs als iets heel onschuldig lijkt, spleen er hele andere dingen op de ondergrond mee. Jij weet het, en zelfs Boxxy daar, en daar kom ik zo op, weet het ook. Die gozer die om haar heen zwerft, wat waarschijnlijk haar vriend is, zou het ook moeten weten. Maar hij lijkt het niet door te hebben. Daarom ga ik dat zo eens duidelijk maken.’
‘En hoe wilde je dat gaan doen? Op haar af stappen, en zeggen: “Hé jij, wij hebben al veel meer gedeeld dan je zou verwachten. Laten we het neusje van de zalm niet vergeten. Dus ga je mee?” En dat zij je dan een arm geeft en je volgt naar je huis, waarna je haar gaat neuken? Ga toch weg! En wat bedoel je met Boxxy?’
Ik probeerde bescheiden te lachen, in de hoop dat hij mij hierop wat inzicht kon geven in zijn plan.
‘Boxxy is één of andere meid op YouTube die gothic is, of zo’n vampierenchick probeert te zijn. Maar daar gaat het niet om, ze lijkt er hele erg op. Maar de Boxxy die ik bedoel, woont in Amerika. Het is onmogelijk dat het dezelfde is.’
‘Aha. En je hebt haar ooit een voetmassage gegeven, of iets? Ik begrijp je even niet meer.’
‘Wel bij de les blijven. Het gaat erom dat zowel de voetmassage als het oogcontact hebben, dezelfde onuitgesproken sensualiteit in zich dragen. Het lijkt heel onschuldig, maar is het niet. Kortom: Boxxy is van mij vanavond. Geen twijfel mogelijk.’
Het viel me toen pas op dat ze al een de hele tijd naast ons stond aan de bar, wachtend op een drankje. Nee, die had ze al in haar hand. Een cola, zo leek het wel.
‘Interessant verhaal, jongens,’ zei ze opeens.
‘Mag ik vragen wie die oh zo mysterieuze Roxy is, die jij gaat veroveren vanavond?’
[Wordt vervolgd]
Langzaam druppelden er meer mensen binnen, die als helden werden ontvangen door vrienden. León en ik hadden ons gepositioneerd aan de bar. Het bleek dat er een open bar was, dus hadden we besloten om de alcohol rijkelijk te laten vloeien. Ik keek naar León. Hij was gefocust, stond op scherp. De schittering in zijn ogen was zo scherp dat het wel kleine vonkjes leken. Vonkjes van iets dat heet was geworden, aangewakkerd werd. Op dat moment vermoedde ik nog niet dat het zijn ‘fuego’ was. León leek ook wel te stralen. Hij stond rechtop, keek bedenkelijk of mysterieus - ik kan de twee uitdrukkingen niet van elkaar onderscheiden – en glimlachte bescheiden. Het leek allemaal zo gladjes te verlopen. Twee Casanova’s, aan de bar, scherp gekleed zoals het hoort bij een enigszins chique benefietavond. De drank vloeide, de vrouwen waren mooi, frivool en lichtelijk aangeschoten. De overige mannen vertoonden haantjesgedrag om de vrouwen te imponeren, maar hadden te veel op en lalden onverstaanbaar. Ze werden aan de kant geschoven alsof ze niets voorstelden. Ze deden belangrijk, ze waren het niet. Zeker niet voor ons.
Terwijl ik mijn blik vastlegde op de band die zojuist begonnen was, liep er een brunette langs ons. León en ik keken allebei om, en bleven haar volgen. Alsof ze onze blikken kon voelen, keek ze over haar ontblote schouder – ze droeg een zwart strapless jurkje – naar ons of naar één van ons, glimlachte en gaf een knipoog. León begon als eerste te lachen. Toen ik hem kort in de ogen keek, leken zijn ogen te vlammen. Alsof ze wilden zeggen: ‘Hebbes!’ Het was dus blijkbaar niet voor mij bedoeld.
‘Kom,’ zei León, ‘laten we een stukje naar voren gaan om de band te zien.’
Ik knikte instemmend, benieuwd naar wat er zich nu zou gaan afspelen.
Hij liep naar voren, maar ging niet helemaal vooraan staan. León schaarde zich achter een kleine blondine, die een verwoede poging deed haar heupen op het ritme van de muziek te laten bewegen. Hetgeen compleet mislukte. Het scheen haar niets te doen. Ik stond achter hem, om zijn blik te kunnen volgen. Af en toe keek hij naar links. Als ik zijn blik volgde, rustte die op dezelfde brunette van daarnet. Zij gaf de man naast haar net een kus op de mond en keek toen plagend terug. Zou het haar vriend zijn, dacht ik nog. León dacht waarschijnlijk hetzelfde.
‘Hmm,’ liet hij zich geamuseerd ontvallen.
De blonde zangeres bedankte het publiek en kondigde het volgende nummer aan. Het bleek een oude klassieker te zijn in een nieuw jasje. Toch waren ze niet de eersten die het nummer spelen. Ik meen me een bekende naam te herinneren, maar de naam blijft op het puntje van mijn tong liggen. Het zal de zangeres een zorg zijn. Ze gaat onverstoorbaar door met het strelen van het gehoor met haar zwoele stem. Pas bij het refrein merkte ik pas hoe toepasselijk het nummer klonk, gezien de jagende blikken van León die hij steeds naar links bleef gooien. That’s the time, I feel like making love with you. Maar dan een mildere versie. Zijn hoofd deinsde instemmend op en neer, terwijl zijn ogen elke beweging van de brunette in zich op leken te slaan. Zijn mond krulde zich een flauwe, ietwat sinistere glimlach. Als of hij ervan overtuigd was dat het kat-in-het-bakkie was. Wanneer ik haar aankeek, glimlachte zij weer samenzweerderig terug.
‘Dit doet me denken aan een voetmassage,’ zei León.
‘Hoe bedoel je?’
Dat was wel het laatste waar ik aan dacht.
‘Pulp Fiction?’
Ik knikte, nog steeds niet begrijpend.
‘De openingsscène, over voetmassages. Op een gegeven moment legt Travolta uit, waarom een voetmassage spelen met vuur is. Jackson zegt op een gegeven moment: “Look, just because I wouldn't give no man a foot massage, don't make it right for Marsellus to throw Antwan off a building into a glass-motherfuckin-house, fuckin' up the way the nigger talks. That ain't right, man. Motherfucker do that to me, he better paralyze my ass, 'cause I'd kill'a motherfucker.” En dan komt Travolta met een meesterlijk punt.’
‘En dat is?’
‘Travolta zegt dan: “I'm not sayin' he was right, but you're sayin' a foot massage don't mean nothing, and I'm sayin' it does. I've given a million ladies a million foot massages and they all meant somethin'. We act like they don't, but they do. That's what's so fuckin' cool about 'em. This sensual thing's goin' on that nobody's talkin about, but you know it and she knows it, fuckin' Marsellus knew it, and Antwan shoulda known fuckin' better. That's his fuckin' wife, man. He ain't gonna have a sense of humor about that shit.” Met andere woorden: zelfs als iets heel onschuldig lijkt, spleen er hele andere dingen op de ondergrond mee. Jij weet het, en zelfs Boxxy daar, en daar kom ik zo op, weet het ook. Die gozer die om haar heen zwerft, wat waarschijnlijk haar vriend is, zou het ook moeten weten. Maar hij lijkt het niet door te hebben. Daarom ga ik dat zo eens duidelijk maken.’
‘En hoe wilde je dat gaan doen? Op haar af stappen, en zeggen: “Hé jij, wij hebben al veel meer gedeeld dan je zou verwachten. Laten we het neusje van de zalm niet vergeten. Dus ga je mee?” En dat zij je dan een arm geeft en je volgt naar je huis, waarna je haar gaat neuken? Ga toch weg! En wat bedoel je met Boxxy?’
Ik probeerde bescheiden te lachen, in de hoop dat hij mij hierop wat inzicht kon geven in zijn plan.
‘Boxxy is één of andere meid op YouTube die gothic is, of zo’n vampierenchick probeert te zijn. Maar daar gaat het niet om, ze lijkt er hele erg op. Maar de Boxxy die ik bedoel, woont in Amerika. Het is onmogelijk dat het dezelfde is.’
‘Aha. En je hebt haar ooit een voetmassage gegeven, of iets? Ik begrijp je even niet meer.’
‘Wel bij de les blijven. Het gaat erom dat zowel de voetmassage als het oogcontact hebben, dezelfde onuitgesproken sensualiteit in zich dragen. Het lijkt heel onschuldig, maar is het niet. Kortom: Boxxy is van mij vanavond. Geen twijfel mogelijk.’
Het viel me toen pas op dat ze al een de hele tijd naast ons stond aan de bar, wachtend op een drankje. Nee, die had ze al in haar hand. Een cola, zo leek het wel.
‘Interessant verhaal, jongens,’ zei ze opeens.
‘Mag ik vragen wie die oh zo mysterieuze Roxy is, die jij gaat veroveren vanavond?’
[Wordt vervolgd]
'Fuego' [1]
Er was eens een man die León heette. Het was een man van stille wateren en diepe gronden. Die man, nog jong van geest en van uiterlijk, kon daarentegen monologen houden over de muziek uit de jaren ’80 waar je U tegen zegt. Er is geen speld tussen te krijgen, maar aan het eind kon je het alleen maar eens met hem zijn.
Goed, over deze man wil ik je iets vertellen. Over zijn epische bestaan, wat ook wat tragiek met zich mee draagt. Maar dat past wel bij een episch figuur, misschien wel mythisch te noemen. Toch was deze man, voluit León de Barreiro genaamd, net zoals jij en ik. Zijn ‘fuego’, zoals het zijn Spaanse karakter betaamt, was het merendeel van de tijd klein. Er waren ook keren dat zijn ‘fuego’ flink vlam vatte. Wanneer het over muziek ging, of films. Oneliners uit films. De gelaagdheid van muziek. Of de enorme onkunde van de mensen die zijn pad kruisen. Die dan zijn ‘fuego’ over zich heen kregen, wat niet wenselijk was. Want León kon explosief zijn, volgens de overlevering. Maar het was altijd terecht. Althans, hij vond dat het goed was. Welke verhalen van zo’n explosie nu waar waren, wist niemand. Maar episch waren ze zeker.
De eerste keer dat ik de ‘fuego’ van dichtbij mocht aanschouwen – ik was niet het doelwit -, was eens op een benefietavond. De benefietavond vond plaats in een bovenzaal van het Beurs World Trade Centre. De benefietavond was opgezet om geld in te zamelen voor Pink Ribbon. Waarom we daar waren weet ik niet zo goed meer, maar het zou gezellig worden was ons verteld. Het was ook zo, dat het die avond regende. Weermensen sloten de kans op onweer en zware regenval niet uit. Gelukkig bleef het die avond bij een klein buitje, zodat we niet doorweekt aankwamen. Dat was maar goed ook, want we waren goed gekleed voor de avond. Als de avond saai ging worden, lag dat in ieder geval niet aan ons uiterlijk.
Afijn, als twee Casanova’s op oorlogspad stapten wij de lift uit. Links voor de zaal was er een garderobe, waar ik mijn sjaal af heb gegeven. León hield alles bij zich, waarop het garderobejuffrouw een geforceerde glimlach op haar gezicht toverde onder het motto: ‘Je bent niets verplicht, maar ik kan me voorstellen dat het erg handig is.’ Daarbij vermeden we allemaal de discussie over de prijs. Goed, dat de opbrengst naar een goed doel gaat is te begrijpen. Maar gooi dan de prijs Nog steeds waren we niet overtuigd. León toverde een glimlach op zijn gezicht die zó nep was, dat zelfs Madame Tussauds poppen erbij verbleekten. Daarop had het garderobemeisje niets terug te zeggen. Ik besloot dat het tijd werd om een drankje te gaan halen.
Binnen in de zaal zag alles er goed uit. León stond stil in de deuropening. Met zijn handen in zijn zakken keek hij de zaal langzaam rond, zonder iets of iemand over te slaan. Hij keek bedenkelijk, doch gefocust. Zijn wenkbrauwen waren naar beneden gekruld, waardoor zijn gelaatstrekken iets van een mysterie over zich kregen.
‘Hm,’ bracht León uit.
Ik probeerde zijn blik te volgen.
Aan de muren hingen lampen. Ze waren gedimd, zodat de ruimte een warme, zwoele sfeer mee kreeg als een slaapkamer. Onder deze lampen stonden bankjes. Daarop zaten mooie vrouwen geanimeerd hun mantelpakjes en jurkjes te bespreken. Of de hakken, die allemaal zwart bleken te zijn. Ik probeerde me te concentreren op de gesprekken die ze mogelijk zouden voeren, zonder door te hebben dat de blik van León inmiddels was gevangen door één vrouw in het bijzonder. Een oplettende toeschouwer van het tafereel dat wij uitvoerden, had gehoord dat Leóns ‘Hm’ van eerder een diepe, beestachtige grom was geworden. Die had gezien dat zijn gebalde vuist tussen zijn tanden verdween. Uit ongeloof. Diezelfde oplettende toeschouwer had ook gezien dat zijn mondhoeken omhoog gingen, zijn mond lieten lachen. Dat zijn ogen een glinstering vertoonden van een klein jongetje dat zojuist het mooiste speelgoedautootje heeft gezien in een etalage. Maar noch de oplettende kijker noch ik ontdekt om wie het ging. Een schim, zo leek het.
[Wordt vervolgd]
Goed, over deze man wil ik je iets vertellen. Over zijn epische bestaan, wat ook wat tragiek met zich mee draagt. Maar dat past wel bij een episch figuur, misschien wel mythisch te noemen. Toch was deze man, voluit León de Barreiro genaamd, net zoals jij en ik. Zijn ‘fuego’, zoals het zijn Spaanse karakter betaamt, was het merendeel van de tijd klein. Er waren ook keren dat zijn ‘fuego’ flink vlam vatte. Wanneer het over muziek ging, of films. Oneliners uit films. De gelaagdheid van muziek. Of de enorme onkunde van de mensen die zijn pad kruisen. Die dan zijn ‘fuego’ over zich heen kregen, wat niet wenselijk was. Want León kon explosief zijn, volgens de overlevering. Maar het was altijd terecht. Althans, hij vond dat het goed was. Welke verhalen van zo’n explosie nu waar waren, wist niemand. Maar episch waren ze zeker.
De eerste keer dat ik de ‘fuego’ van dichtbij mocht aanschouwen – ik was niet het doelwit -, was eens op een benefietavond. De benefietavond vond plaats in een bovenzaal van het Beurs World Trade Centre. De benefietavond was opgezet om geld in te zamelen voor Pink Ribbon. Waarom we daar waren weet ik niet zo goed meer, maar het zou gezellig worden was ons verteld. Het was ook zo, dat het die avond regende. Weermensen sloten de kans op onweer en zware regenval niet uit. Gelukkig bleef het die avond bij een klein buitje, zodat we niet doorweekt aankwamen. Dat was maar goed ook, want we waren goed gekleed voor de avond. Als de avond saai ging worden, lag dat in ieder geval niet aan ons uiterlijk.
Afijn, als twee Casanova’s op oorlogspad stapten wij de lift uit. Links voor de zaal was er een garderobe, waar ik mijn sjaal af heb gegeven. León hield alles bij zich, waarop het garderobejuffrouw een geforceerde glimlach op haar gezicht toverde onder het motto: ‘Je bent niets verplicht, maar ik kan me voorstellen dat het erg handig is.’ Daarbij vermeden we allemaal de discussie over de prijs. Goed, dat de opbrengst naar een goed doel gaat is te begrijpen. Maar gooi dan de prijs Nog steeds waren we niet overtuigd. León toverde een glimlach op zijn gezicht die zó nep was, dat zelfs Madame Tussauds poppen erbij verbleekten. Daarop had het garderobemeisje niets terug te zeggen. Ik besloot dat het tijd werd om een drankje te gaan halen.
Binnen in de zaal zag alles er goed uit. León stond stil in de deuropening. Met zijn handen in zijn zakken keek hij de zaal langzaam rond, zonder iets of iemand over te slaan. Hij keek bedenkelijk, doch gefocust. Zijn wenkbrauwen waren naar beneden gekruld, waardoor zijn gelaatstrekken iets van een mysterie over zich kregen.
‘Hm,’ bracht León uit.
Ik probeerde zijn blik te volgen.
Aan de muren hingen lampen. Ze waren gedimd, zodat de ruimte een warme, zwoele sfeer mee kreeg als een slaapkamer. Onder deze lampen stonden bankjes. Daarop zaten mooie vrouwen geanimeerd hun mantelpakjes en jurkjes te bespreken. Of de hakken, die allemaal zwart bleken te zijn. Ik probeerde me te concentreren op de gesprekken die ze mogelijk zouden voeren, zonder door te hebben dat de blik van León inmiddels was gevangen door één vrouw in het bijzonder. Een oplettende toeschouwer van het tafereel dat wij uitvoerden, had gehoord dat Leóns ‘Hm’ van eerder een diepe, beestachtige grom was geworden. Die had gezien dat zijn gebalde vuist tussen zijn tanden verdween. Uit ongeloof. Diezelfde oplettende toeschouwer had ook gezien dat zijn mondhoeken omhoog gingen, zijn mond lieten lachen. Dat zijn ogen een glinstering vertoonden van een klein jongetje dat zojuist het mooiste speelgoedautootje heeft gezien in een etalage. Maar noch de oplettende kijker noch ik ontdekt om wie het ging. Een schim, zo leek het.
[Wordt vervolgd]
Abonneren op:
Posts (Atom)
